Niet mijn kerk, niet jouw kerk, Gods kerk!

(Onderstaande tekst is een bewerking van mijn openingswoord op 6 juni 2017 van de CGK Predikantenconferentie 2017 over het thema “Kerk op de kop – balans van 500 jaar Reformatie” en van mijn overdenking bij de gezamenlijke NGK/GKV/CGK-avondmaalsdienst van de Apeldoornse Kerken in de Grote Kerk aan de Loolaan op 5 november 2017)

DN4vJeYWkAAeGKp[1]Terugkijkend op 500 jaar Reformatie kunnen we er moeilijk onderuit dat het in de meningsverschillen van toen wel degelijk ging om de kern van de zaak. Je kunt toch niet stellen dat het bij onderwerpen als genade, geloof, het gezag van de Schrift en redding door Jezus alleen om onbenulligheden gaat. Wat ben ik blij dat mijn redding veilig ligt bij mijn Heer en dat ik niet, als het erop aankomt, afhankelijk ben van wat de kerk moet doen of van wat ik zelf moet doen! Tegelijkertijd: wat is het triest dat de discussies van toen geleid hebben tot zoveel verwijdering en verdeeldheid in de Kerk. Is er een manier waarop we bij zulke principiële discussies de waarheid kunnen bewaken zonder te zorgen voor verwijdering en verdeeldheid?

Ik denk dat Paulus ons in zijn brief aan de Korintiërs op iets heel belangrijks wijst. In 1 Korintiërs 3 benadrukt hij dat de kerk niet van mensen is, maar van God: het is Gods akker, Gods bouwwerk, Gods tempel. Zodra dat uit het oog verloren wordt, gaat wantrouwen groeien en zijn verdeeldheid en onenigheid niet tegen te houden. En ik vrees dat je het ook om kunt draaien: verdeeldheid, onenigheid, gebrek aan vertrouwen, zijn het er in de kerk geen symptomen van dat we teveel met ons eigen akkertje bezig zijn, met ons eigen bouwwerk, met onze eigen tempel? En dat is kwalijk. Je houdt misschien je eigen kerk over, maar wat heb je daaraan als je God, als je Jezus Christus, als je de Geest kwijt bent? Als we kritisch zijn op anderen, moeten we dan niet nog kritischer zijn op onszelf, op onze bedoelingen? Als we teleurgesteld zijn in anderen, moeten we dan niet nog meer teleurgesteld zijn in onszelf omdat het ons blijkbaar niet lukt die anderen te begrijpen, vast te houden? Ik stel deze vragen allereerst aan mijzelf. Als ik zo mijn tweets rondom besluiten van een aantal kerkelijke vergaderingen in de afgelopen periode eens tegen het licht houd, dan kan ik er niet onderuit dat je verschillende ervan zomaar kunt lezen als een verdediging van mijn kerk, van mijn visie op kerk-zijn, van mijn hoop voor de kerk. Maar het is niet mijn kerk, het is ook niet jouw kerk, het is Gods kerk!

Gods kerk is Gods akker. Over die akker van God schrijft Paulus dat hij erop geplant heeft en dat Apollos het geplante water heeft gegeven. Verschillend werk. Allebei van belang. Maar God heeft laten groeien. Dat is het geheim. En dat komt niet van Paulus, net zo goed niet van Apollos, niet van mij en niet van jou! Wij mogen medewerkers zijn van God, maar laten we niet denken dat dat betekent dat we mede-eigenaars zijn! Rivaliteit tussen de werkers over welk plantje beter groeit en waarom, kan zomaar tekort doen aan Gods eigenaarschap en zorg!

Gods kerk is ook Gods bouwwerk, schrijft Paulus verder. Hij en anderen, jij en ik, zijn voor de bouw ervan door God aangenomen. Aan de opdracht zit één fundamentele regel: de basis, de dragende grond van alles, moet Jezus Christus zijn. Verder kan er op veel verschillende manieren gebouwd worden. Het resultaat kan er dus ook heel verschillend uitzien. De spannende vraag is: durf ik jou jouw manier van bouwen te laten? Of je dat nu doet met goud, zilver en edelstenen, of met hout, hooi, stro? Laat ik maar eerlijk zeggen dat ik me er soms vreselijk zorgen over maak. Maar dan hoor ik Paulus zeggen, dat het niet om mijn oordeel gaat over hoe jij bouwt. Dat is aan God. Het is zelfs niet aan mij om te bepalen wat goud en wat hout is… Als ik me al bemoei met jouw werk, laten we het dan hebben over het fundament. Een open en eerlijk gesprek, waarbij niet alleen ik aan het woord ben, maar ik me ook door jou laat gezeggen. Dan wil ik proberen niet op grond van de manier waarop jij bouwt, gelijk in twijfel te trekken of het met het fundament wel goed zit, als jij stelt dat je op het goede fundament bouwt. Dat kan ik lastig vinden, maar is het niet dat vertrouwen in elkaar dat Jezus Christus, het fundament, van mij en van jou vraagt?

Gods kerk is ook Gods tempel, schrijft Paulus tenslotte. Die tempel is heilig. Daar moet je dus niet naar eigen inzichten zomaar wat in liefhebberen. Daar moet je met zorg, met toewijding mee omgaan! Het komt neer op de vraag: kan de Geest er wonen? De scherpe waarschuwing dat wie Gods tempel vernietigt, zelf door God vernietigd zal worden, is geen vrijbrief aan mij om dit oordeel over jou uit te spreken! Ik moet er vooral mezelf op bevragen. Maak ik ruimte voor de Geest, of beperk ik juist de ruimte voor de Geest? Want wat ik doe, en net zo goed wat jij doet, kan zomaar een obstakel worden waardoor de Geest zijn tempel steeds moeilijker binnenkomt. Jij en ik, wat doen wij om die Geest alle ruimte te geven? Want Hij is het die harten van mensen verandert, Hij brengt ons op de knieën voor Jezus, Hij laat in ons een nieuwe gehoorzaamheid wakker worden, Hij geeft gaven tot opbouw van allen. Hij doet dat, niet ik of jij…

Ik ben ervan overtuigd dat als we telkens weer onszelf erbij bepalen dat het niet mijn kerk is, ook niet jouw kerk, maar Gods kerk, dat we ruimte krijgen om in vertrouwen ieder op zijn plek met eigen kleur en accenten kerk te laten zijn. Bij grotere meningsverschillen gaat het dan niet meer om het verdedigen van mijn of jouw gelijk, maar om het samen zoeken naar wat het fundament, Jezus Christus, zegt over hoe je wel en niet moet bouwen. Bovendien geeft het ruimte om diep dankbaar te zijn, als er plantjes van geloof gaan groeien, hier bij mij of daar bij jou. Want het is niet mijn kerk, ook niet jouw kerk, het is Gods kerk!

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Krom en recht

Op zoek naar een plaatje bij het thema “Kromme stokken en rechte slagen op Gods weg met Jozef” (Genesis 45:7-8 en Genesis 50:20-21) vond ik niets. Daarom zelf maar iets gefabriceerd. Wie weet kunnen anderen het ook gebruiken 😉

krom-en-recht

Crooked sticks and straight lines

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Wat doe je, als God dichtbij komt? Of: Waarom Jozef Maria toch niet verstoot

“De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten. Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ Dit alles is geschied opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘De maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven,’ wat in onze taal betekent ‘God met ons’. Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw, maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf hem de naam Jezus.” Matteüs 1:18-25

Waarom Jozef bij Maria weg wil? Meestal denken we dat dat was omdat Maria zwanger bleek te zijn zonder dat Jozef ervan wist. Ze was vreemd gegaan, ontrouw geweest – wat een schande! Het is alleen de vraag of we dan wel goed luisteren naar wat Matteüs zegt. Hij vertelt ons namelijk niet maar dat Maria zwanger bleek te zijn, maar, heel letterlijk vertaald, dat zij zwanger bevonden werd van de heilige Geest. Jozef en anderen die serieus naar Maria keken en luisterden, konden haar op geen enkele manier losbandigheid verwijten. Ze moesten wel tot de conclusie komen dat God zelf op wonderlijke manier bezig was in de zwangerschap van Maria. Jozef ziet zich dus niet geconfronteerd met een ontrouwe echtgenote, hij ontdekt dat God met Maria bezig is, het kind dat zij verwacht is uit de heilige Geest… Naar elke andere rivaal zou Jozef gezegd hebben: “Afblijven! Ze is van mij!” En als Maria maar naar een ander zou kijken, zou het klinken “Ho, jij hoort bij mij!” Maar wat moet je, als die ander de heilige Geest blijkt te zijn?

Matteüs vertelt ons vervolgens nadrukkelijk dat Jozef een rechtschapen mens was. Een man dus bij wie je zijn ontzag en eerbied voor God concreet zag worden in de manier waarop hij leefde en met anderen omging. Wat doet Jozef, nu God zo dichtbij komt, nu God zijn huwelijk binnenbreekt? Jozef beseft: hier moet ik plaats maken. Jozef is bang om bij Maria te blijven én omdat God te groot is voor hem, én omdat hij te klein is voor God. Maria wordt naar God toe getrokken en dus moet Jozef loslaten. Alleen, hoe moet Jozef dat doen zonder Maria in opspraak te brengen? Als hij publiekelijk van haar scheidt, omdat zij niet zwanger is van hem, dan doet hij niet alleen Maria onrecht, maar dan noemt hij het wonderlijke werk van Gods Geest impliciet overspel, zondig. Hoe zou hij zulke woorden gebruiken tegen God? Vandaar het besluit om in het geheim, in stilte te scheiden. Jozef trekt zich terug, hij zou het heilige wat er gebeurt alleen maar ontheiligen…

Toch blijft Jozef. In een droom verschijnt hem een engel die zegt: “Wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.” Dat “want” is eigenlijk heel apart. Je zou denken dat Jozef niet bang hoeft te zijn “ook al” is het kind verwekt door de heilige Geest. Maar de engel zegt heel duidelijk “want”. Juist dat wat Jozef ertoe brengt om weg te willen, om ruimte te maken, wordt door de engel als argument gebruikt om Jozef te laten blijven. De engel legt daarbij alle nadruk op het feit dat de heilige Geest hier werkzaam is. Ofwel: zou de Geest iets doen wat tegen Gods wil is, zou de Geest overspel plegen – en dus Jozef brengen tot een scheiding? Natuurlijk niet! Jozef moet blijven en de Geest volgen, ook al gaat die onbegrepen w04advientoa4egen! Daar moeten we goed op letten: als God dichtbij komt, dan moeten we ons niet verbazen als het ons teveel is, als we er niet bij kunnen, als we het niet vatten kunnen. Dat is eigenlijk niet meer dan logisch!

Maar dat is niet het enige wat de engel tegen Jozef zegt om hem te laten blijven. Jozef hoeft niet bang te zijn, nu God zo dichtbij komt, nu God door zijn Geest op een wonderlijke manier een kind toevoegt aan Jozefs stamboom. Waarom niet? Nu, Jozef, hier aangesproken als zoon van David, heeft als taak Maria’s kind zijn stamboom, zijn familie, de werkelijkheid van zijn leven binnen te halen, door hem een naam te geven. Hij moet Hem Jezus noemen. Jezus, wat betekent: de Heer redt! Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden. De profetie van Jesaja over Immanuël, God met ons, wordt werkelijkheid. Als je naar Jozef kijkt, als je naar Jozefs stamboom kijkt, als je naar Jozefs volk kijkt, als je naar ons mensen kijkt, is het onmogelijk. Als God dichtbij komt, dan kun je maar beter afstand nemen. Wie kan voor God bestaan? Maar God komt met vergeving en dat maakt alles anders.

Wat doe je, als God dichtbij komt? Jozef en wij moeten leren: duw God niet van je af, deins niet terug voor de Heer, maar laat Hem in je leven toe. Hij komt met redding, met genade. Hij komt met Jezus, of beter: Hij komt in Jezus. En als je dat nieuws in je leven hoorde en eraan toegaf, wees dan een engel voor de mensen om je heen, laat zien in woorden en daden wat de aanwezigheid van God in je leven uitwerkt. En sta verwonderd: het werd Kerst, Jezus werd geboren, God kwam dichtbij. Hoe is het in de wereld mogelijk!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vragen bij de leerdienst

Als psection_376x160_kerkraam-300x128astorale raad van de Barnabaskerk gaan wij op onze volgende vergadering in gesprek over de leerdienst. Wij volgen de traditie van gereformeerde kerken in Nederland om in de tweede zondagse kerkdienst uitleg te geven over de inhoud van wat we geloven. Gewoonlijk gebruiken we daarbij de onderwerpen die aangegeven worden door de Heidelbergse Catechismus. We zijn niet ontevreden over de opkomst in onze leerdiensten, ook al zijn er duidelijk minder kerkgangers dan in de ochtenddiensten. Toch is het goed om bij tijden je tradities te bevragen en daar met elkaar over door te spreken. Om het gesprek in de raad van dienst te zijn heb ik op verzoek een vijftal vragen opgesteld.

  1. Wat willen we bereiken met de leerdienst? Lukt dat?
  2. Wat is de doelgroep bij de leerdienst? Wordt die groep bereikt?
  3. Welke onderwerpen horen thuis in een leerdienst en waarom?
  4. Wat zijn de verschillen en wat de overeenkomsten tussen een preek, een leerpreek en een lezing?
  5. Is het onderscheid tussen de ochtenddienst en de leerdienst in de middag duidelijk genoeg en hoe zou dit verbeterd kunnen worden?

Voel je vrij om je mening te geven. Wie weet hoe zinvol input van buiten is voor ons gesprek als pastorale raad!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het zou wel eens een bijzonder seizoen kunnen worden

In een wereld waarin mensen door oorlog en geweld gedwongen huis en haard verlaten om hun toevlucht elders te zoeken, starten wij een nieuw kerkelijke seizoen op. Het heeft iets vervreemdends. Aan de ene kant gaat het gewone leven door, aan de andere kant worden er heel lastige vragen aan ons gewone leven gesteld. Misschien zouden we het liefst maar gewoon hard aan het werk gaan. Het is echter de vraag of dat kan, of niet juist nu ook aan de kerk de vraag gesteld wordt, wat deze vluchtelingenstromen ons te zeggen hebben. Is het een bedreiging voor het evangelie – een groot deel van de vluchtelingen, zeker uit het Midden-Oosten, is moslim – of juist een kans? Sommigen stelden diezelfde vraag in de tijd van de komst van islamitische gastarbeiders uit met name Turkijke en Marokko, maar de kerk wist er niet goed raad mee. Wat doen wij nu? Trekken we ons weer terug in de drukte en de verantwoordelijkheid van het in stand houden van de kerk, of is de ontstane ruimte voor multiculturele gemeentestichtingsprojecten als de verscheidene ICFs een bemoedigend teken dat de grond rijp is, dat vluchtelingen en migranten welkom zijn in de kerk? Gaat angst ons overheersen, of scheppen we moed in het vertrouwen dat de Heer soms op heel wonderlijke manier zijn kerk aan het werk zet?

Ik zeg maar gelijk eerlijk: het is makkelijk zulke vragen te stellen, en eigenlijk ook helemaal niet zo moeilijk om de richting van het juiste antwoord te duiden. Lastig is het om vervolgens daadwerkelijk de handen uit de mouwen te steken. De toestroom is zo overweldigend, waar moet je beginnen? Gastvrij zijn is een opdracht, jawel, maar wat doe je als er tientallen, honderden op je stoep staan? Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer twee overwegingen steeds weer zich opdrignen.

Allereerst moet ik niet vergeten dat ik ten diepste zelf ook een migrant, een vluchteling ben: ik ben op weg uit deze wereld vol ellende naar Gods toekomst van recht en vrede. In die toekomst ben ik nog niet aangekomen. Is mijn angst om de rijkdom en de rust waarin ik leef kwijt te raken niet een teken dat ik mij in slaap heb laten sussen met de gedachte dat mijn vluchtelingenstatus best geriefelijk is? Op deze manier wakker schrikken is geen prettige ervaring, maar het is wel mijn kans om diep tot me door te laten dringen dat ook ik er nog niet ben. Wat ik aan goederen heb ontvangen, schept verplichting om mijn medevluchtelingen te helpen. Want dat doe je toch: je helpt elkaar verder, je reikt je medevluchters toch de hand?

In de tweede plaats is het niet aan mij en aan ons als kerk om de wereldproblematiek op te lossen. Alle goede menselijke ideeën zijn meer dan welkom. Een beetje minder oorlog en geweld maakt de wereld al wat beter uit te houden. Maar alle mensenlijke oplossingen zijn maar lapmiddelen. Ik geloof nu juist dat er een goddelijk plan is om aan alle oorlog en geweld een eind te maken. Dat plan is door mijn Vader in de hemel al in werking gezet. Het is niet zomaar klaar. Het gaat door veel lijden heen. Het gaat door het lijden van zijn Zoon, van Jezus Christus heen. En wat betekent dat voor mij? Voor mij is er de opdracht om trouw te zijn. Trouw in het volgen en dienen van Jezus Christus. Concreet betekent dat in een nieuw seizoen trouw zijn in het hoeden van de kudde en trouw zijn in het zoeken naar verloren schapen. Dat is de manier waarop Gods plan zijn doel zal bereiken. Ik mag aan de slag omdat ik weet van de ontferming van mijn Heer. Zijn ogen staan open voor ieder die hulpeloos niet weet hoe het verder moest. In zijn hart past er altijd nog een bij. Ik bid of die ruimte er ook bij mij mag zijn, voor wie al bij de kudde horen en voor wie verdwaald wellicht door de goede herder naar die kudde geleid worden.

Aan het werk dus. Vol goede moed. Het zou wel eens een bijzonder seizoen kunnen worden.

Geplaatst in Kerk, Mijmeringen, Opinie, Werk | 1 reactie

Te pragmatisch, te opportunistisch, te simplistisch

Het bestuur van de ChristenUnie wil graag dat er binnen de gelederen van de partij doorgesproken wordt over de plaats van de drie Formulieren van Enigheid in de uniefundering, zeg maar de grondslag van de partij. Nu kan het nodig zijn om bij tijden je grondslag tegen het licht te houden en het is te waarderen dat het bestuur oproept tot een open gesprek. Als basis voor dit gesprek heeft het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie een aantal overwegingen in een discussiestuk op een rij gezet. Opvallend is dat het discussiestuk weliswaar alle opties open laat, maar ondertussen heel duidelijk een voorkeur laat blijken voor het weghalen van de Formulieren van Enigheid uit de grondslag.

De argumenten uit het discussiestuk voor deze voorkeur en andere die via de pers of de sociale media geventileerd worden, overtuigen mij echter niet. Ze zijn me te pragmatisch, te opportunistisch en te simplistisch. Laat me uitleggen waarom.

Te pragmatisch – Het feit dat de belijdenisgeschriften in de politieke praktijk maar weinig aangehaald worden, wil niet zeggen dat ze daarmee net zo goed geschrapt kunnen worden. Ze functioneren wel degelijk als een gedeelde en sturende visie bij het luisteren naar de Bijbel om te zoeken naar Gods wil voor het leven hier en nu. Dat er niet telkens over die achterliggende visie gesproken wordt, is niet omdat ze er niet toe doet, maar omdat ze binnen de ChristenUnie gedeeld wordt. Die gereformeerde leesbril of leestraditie functioneert veel sterker dan velen lijken door te hebben. Haal je het weg, dan zal er na verloop van tijd gemakkelijk minder eensgezindheid zijn in het verstaan van de Schrift.

Te opportunistisch – Het is te begrijpen dat christenen uit de Rooms-Katholieke Kerk en de evangelische en pinksterbeweging moeite hebben met bepaalde passages uit de Formulieren van Enigheid. Goed mogelijk dat dit sommigen tegenhoudt om te stemmen op en zich aan te sluiten bij de ChristenUnie. Het lijkt dan ook een groep die gemakkelijk voor de ChristenUnie te “oogsten” is door de gereformeerd georiënteerde grondslag in te ruilen voor een meer algemeen christelijke. Maar past het binnen de traditie van de ChristenUnie om stemmen- en ledenwinst belangrijker te vinden dan een principiële positiekeuze? Bovendien zou op zijn minst de vraag gesteld kunnen worden of de aantrekkingskracht van de ChristenUnie nu niet juist ligt in de keuze voor het lezen van de Bijbel vanuit de gereformeerde leestraditie. De verwijzing naar de Formulieren van Enigheid hoeft binnen de ChristenUnie als politieke partij niet te fungeren als een kerkelijke waterscheiding, maar als een duidelijke keuzebepaling ten aanzien van de gebruikte leesbril bij de Bijbel.

Te simplistisch – Het voorstel om de grondslag in meer algemeen christelijke termen te verwoorden – de Bijbel als Woord van God, Jezus Christus als Heer, de Apostolische Geloofsbelijdenis –, lijkt een sympathieke oplossing. Het gaat ook helemaal mee in het gevoelen van onze tijd dat we niet te ingewikkeld en te formeel moeten doen. Maar door de kwestie van de grondslag op deze manier op te lossen, maken we ons veel te gemakkelijk af van de vraag met welke leesbril en in welke leestraditie we die algemeen christelijke waarheden verstaan. Wie een beetje thuis is in de discussies over de invloed van leesbrillen waarmee men de Bijbel leest (de hermeneutiek van de Bijbel), weet dat wie zich zijn eigen bril niet heel bewust is, heel gemakklijk óf vooral zijn eigen gevoelens en gedachten in de Bijbel terugleest, óf biblicistisch alles uit de Bijbel letterlijk naar onze tijd overzet. Een wijzing van grondslag naar meer algemeen christelijke termen kan wel, maar we moeten niet net doen alsof er daarmee eigenlijk niets verandert.

Kortom, in een een discussie over de grondslag gaat het over principes en die discussie moet daarom heel principieel gebeuren. In die discussie moeten we oppassen voor argumenten die wel lekker wegbekken, maar uiteindelijk niets zeggen over wat er werkelijk gebeurt als er besloten wordt om de Formulieren van Enigheid niet meer te noemen. En mocht het besluit vallen om de gereformeerde belijdenisgeschriften weg te halen, doe dat dan niet met wollig gepraat dat er uiteindelijk toch niets verandert. Het gaat wel degelijk om een fundamentele wijziging.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Wat moet ik met Jezus?

“Wat moet ik dan doen met Hem, die gij de Koning der Joden noemt?”
Marcus 15:12

Soms kun je zo teleurgesteld zijn in Jezus, dat je er wel op je eigen manier probeert uit te komen, zonder Hem. Soms kun je zo geërgerd zijn door de eerste plek die Hij in je leven opeist, dat je Hem diep van binnen zelfs de tweede of de derde plek niet gunt. Soms heb je gewoon geen zin om iets van Jezus te vinden en ga je liever gewoon je eigen gang. Maar Jezus’ woorden en daden en vooral zijn sterven aan het kruis roepen blijvend in onze wereld die vraag van Pilatus wakker: wat moet ik met Jezus?
Wat ik met Jezus moet? Nu, ik moet vertrouwen! Als Jezus’ dood aan het kruis de sleutel is die de deur naar een andere en betere wereld voor mij open doet, waarom zou ik proberen het onmogelijke te doen door die deur zelf te forceren? En ik moet knielen! Waar kan ik het beter hebben dan onder een koning die alles, zelfs zijn leven voor mij over heeft? En ik moet Jezus recht doen! Wat Jezus deed en zei laat geen ruimte voor de gedachte dat het weinig met mij te maken heeft; zou ik Hem dan werkelijk, net als Pilatus, in al mijn neutraliteit onschuldig veroordelen?

Geplaatst in Meditatief | 1 reactie